Naar de inhoud
Inhoud

Doorzoek alle 55 hoofdstukken, het voorwoord en het slotwoord.

Hoofdstuk 9 · 1945–1957

Een opvliegende vader

3 min lezen · blz. 23–25 in het boek

Jan Dorrestijn 1910-1963
Jan Dorrestijn 1910-1963

Jan Dorrestijn 1910-1963

Ik vond het heerlijk om met mijn vader mee te gaan en hem te helpen bij het melk rijden. Het was ook nodig, er moest gewerkt worden, dat werd ons echt wel geleerd. Van mijn vader herinner ik me dat hij voor weinig mensen aan de kant ging. Hij heeft eens vast gezeten voor iemand die hem uitdaagde. Ook kreeg hij een keer zes weken voorwaardelijke gevangenisstraf voor losse handen. Ik herinner me een akkefietje op de veemarkt, toen ik een jaar of tien was. Mijn vader had in het café aan de markt al een keer of drie om koffie geroepen. Toen de ober eindelijk kwam, merkte pa op: “Als ik hier koffie wil, kan ik beter een dag eerder komen om te bestellen.” Hij betaalde, maar de ober was het daar niet mee eens en zei: “Ontevreden? Dan nemen we het toch gewoon weer mee!”

Hij telde het geld weer op tafel en zei: “Hier heb je nog vijf cent fooi ook.” Pa ging staan en sloeg die vent in één klap achterover de tent door. Ik stond met zijn grote zwarte leren jas over mijn arm te janken van de schrik. Pa pakte zijn jas en zei: “We gaan.” Bij de deur werden we aangesproken door de eigenaar die zei dat mijn vader het serviesgoed had gebroken. Nee, dat had die ober beter vast moeten houden dan was dat niet gebeurd, zei mijn vader. Hij schoof de man met de rug van zijn hand terzijde en liep door naar de auto. Het viel me op dat er thuis met geen woord over werd gesproken (ook niet door mij). Ik heb dat opvliegende ook wel een beetje, maar ik ben nooit zover gegaan. Pa dronk soms ook wat te veel, al viel het me op dat moment niet op. In het huis in Eembrugge kwam hij eens te laat thuis volgens mijn moeder. Ze had de deur expres op slot gedaan en ging naar bed. Hij vond de deur op slot en sloeg met zijn blote hand dwars door het glas-in-loodraam van de deur heen om het slot open te krijgen. Het werd een slagaderlijke bloeding in de pols die in het ziekenhuis gehecht moest worden. Dat zijn echt geen dingen om trots op te zijn. Toch heb ik een keer tegen mijn vrouw Jenny gezegd: je moet me nooit expres buitensluiten, want ik kom met deur en al naar binnen.

De netheid op materiaal en ander bezit heb ik wel van mijn vader. Ik heb ook zijn trots en eigenwijsheid meegekregen. Al ging hij wel eens te ver tegen dingen in waar je echt niet onderuit kon. In de jaren vijftig en zestig moest je de uren registreren in een werkboekje voor de Rijksdienst voor het Wegverkeer, als controle dat je niet te lang achter het stuur zat. Hij zei: “Daar begin ik niet aan, laat ze dood vallen, straks zeggen ze nog hoe ik in mijn nest moet gaan liggen, ik doe het niet.” Maar na een bekeuring of tien, rechtszaken en trammelant moest je toch. Je komt soms niet onder regels uit. Dat heb ik wel geleerd: volg ze dan maar netjes op dan je hebt het fijnste leven. Pa Dorrestijn was een beetje recalcitrant, hij ging soms echt tot het uiterste. Ik heb hem eens het gevecht zien aangaan met politieagenten die een loods aan de Verbindingsweg wilden afbreken die hij niet had mogen bouwen. Na diverse brieven en druk van de gemeente kwam een sloper met politie om de zaak af te breken. Pa zei: “Kom er niet aan, want je bent je kop of je arm kwijt.” Hij ging zijn bijl halen en zei: “Probeer het maar.” Dat is vakkundig gesust door de politie en mensen van de gemeente maar de loods is wel blijven staan. Tegenwoordig zou de ME komen en met of zonder bijl, je gaat gewoon de cel in.

Het wagenpark aan de Verbindingsweg dat in 1949 verkocht zou worden
Het wagenpark aan de Verbindingsweg dat in 1949 verkocht zou worden

Het wagenpark aan de Verbindingsweg dat in 1949 verkocht zou worden