Naar de inhoud
Inhoud

Doorzoek alle 55 hoofdstukken, het voorwoord en het slotwoord.

Hoofdstuk 10 · 1945–1957

Een zorgzame moeder

2 min lezen · blz. 26–27 in het boek

Grietje Dorrestijn Rebel 1910-2003
Grietje Dorrestijn Rebel 1910-2003

Grietje Dorrestijn Rebel 1910-2003

Mijn moeder was een hele fijne, goede vrouw, al is ze door mijn vrouw Jenny ook wel eens als ‘te hard’ betiteld. “Jullie hebben thuis nooit liefde gehad”, zegt mijn vrouw. Ik heb het nooit zo gevoeld en mijn broers ook niet. Een keer een hand door je haar was goed genoeg. Wij waren nooit meer gewend. Als ik nu zie met hoeveel warmte mijn kleinkinderen opgroeien en geknuffeld worden, vraag ik me af of dat een manier is. Ik weet het niet. Ik heb me altijd makkelijk staande kunnen houden door mijn opvoeding. Mijn moeder heeft ons de goede dingen duidelijk gemaakt. Ook ben ik haar dankbaar dat ze ons op een christelijke school heeft gedaan. Ik leerde daar uit de bijbel welke steun je in je leven aan God en je geloof kunt hebben. Als jongen las ik een keer een lijfspreuk: “Ga recht door zee en wees niet bang je aan koud water te branden, vermaande de moeder haar voor lange tijd weggaande zoon.” Ik dacht: dat past bij mij, ik hoef nergens bang voor te zijn in mijn leven. Het is allemaal koud water wat er om me heen is. Ik had een sterke band met mijn moeder en ook mijn broers en zusters. Ze was zorgzaam en probeerde met weinig centjes de boel overeind te houden. Toen ik dertien of veertien was, kon ze me niet meer de baas.

Ik nam niks meer van haar aan, of ik haalde kattenkwaad uit: nam haar in de maling. Dat zette vader dan even recht als hij thuiskwam. Ja, dan kreeg ik echt klappen, een keer mepte hij in de gang van het huis in de Balistraat zo hard dat mijn moeder angstig riep: “Stoppen Jan, zo is het genoeg.” Ik deed altijd mijn uiterste best om niet te huilen, hooguit te kreunen. Ineens dacht ik: doe eens net of je bewusteloos bent. Heel de boel op tilt, mijn zuster Lien huilen, eerst deden ze koud water op mijn gezicht waarna ze besloten om me boven in mijn bed te leggen. Ze sleepten me de trap op maar letten er niet op dat mijn arm tussen een trapspijl kwam. Ik mopperde: let een beetje op wat je doet sukkels. Mijn vader was daar gelukkig niet meer bij anders had ik nog een paar klappen gehad.