Naar de inhoud
Inhoud

Doorzoek alle 55 hoofdstukken, het voorwoord en het slotwoord.

Hoofdstuk 11 · 1945–1957

Mijn eerste baan

2 min lezen · blz. 28–29 in het boek

Trots naast mijn oude Hanomag tractor in 1955 (zelf ingekleurd)
Trots naast mijn oude Hanomag tractor in 1955 (zelf ingekleurd)

Trots naast mijn oude Hanomag tractor in 1955 (zelf ingekleurd)

Na de Balistraat gingen we terug naar de Sparrenlaan. Ome Teus had daar zijn bandenhandel gehad en was overleden. Mijn vader kocht Verbindingsweg 7 erbij, want dat had een grote tuin en daar bouwde hij de loods voor de vrachtauto’s waar hij die trammelant met de politie over kreeg. In de tijd dat we daar woonden, ging ik naar de . Ik was niet pienter genoeg voor de . In die tijd ging vader met tractors melk rijden, want dat was goedkoper in de aanschaf en er zat geen wegenbelasting op. De chauffeurs vonden het maar niks en er was ook heel moeilijk aan mensen te komen, want het was echt zwaar werk.

Pa was weer eens op zoek naar een tractorchauffeur toen hij tegen me zei: “Kom jij maar van dat schooltje af, jij weet al wel genoeg.” Hij kocht een aanhangwagentje voor me, een soort kuipje, voor en achter normaal hoog maar in het midden was het verlaagd. Ik kreeg alles twee keer in mijn handen maar dat deed er niet toe. “Ga jij Laren maar rijden”, zei hij. En zo startte mijn werkzame leven met het langsgaan bij de meestal kleine boertjes in Laren om melk af te halen en naar de fabriek in Hilversum te brengen.

Mijn schoolmeester, meneer Mens, kwam praten met mijn ouders. Hij vond het heel onverstandig van ze, want ik was een goede leerling. Ik pakte dingen snel op. Hij vond het chauffeur worden niks, ik moest een vak leren: machinebankwerker of automonteur. Maar ik kreeg een mooi trekkertje van pa en dat vond ik geweldig. Dat ik niet meer naar school hoefde vond ik al lang best. Met zestien mocht je eigenlijk pas op een tractor rijden, dus ik had uit mijn hoofd geleerd dat ik in 1938 geboren was als iemand me ernaar vroeg. Ze (de politie) hebben het me wel tien, keer gevraagd. Maar ik heb nooit een bekeuring gehad. Mijn tractor mocht 20 kilometer per uur, maar hij reed 27. Daar hebben we ooit nog een bekeuring voor gekregen: ik 1 gulden en mijn vader 11. Daar konden we wel mee leven.