Naar de inhoud
Inhoud

Doorzoek alle 55 hoofdstukken, het voorwoord en het slotwoord.

Hoofdstuk 12 · 1945–1957

Een vervelende koeliedrijver

2 min lezen · blz. 31–32 in het boek

Vracht meel en Greet even achter het stuur
Vracht meel en Greet even achter het stuur

Vracht meel en Greet even achter het stuur

In die tijd gingen we ook bakkersmeel rijden, naast de boerenmelk. In Leiden en Rotterdam haalden we driehonderd zakken meel en die moesten dan heel netjes geladen worden. Het was een sport om alle touwtjes waarmee de zakken waren dichtgenaaid aan de buitenzijden van de wagen te laden. Een soort vakmanschap was het voor ons als de lading messcherp op een rij lag. Die brachten we naar de Veluwe, het Gooi en Utrecht, naar de bakkers. Ik vond het gewoon het verschrikkelijkste werk dat er was, vooral ‘s zomers. Het meel plakte aan je gezicht en ik vond het minderwaardig werk. Ik voelde me heel erg geknecht in die periode. Ik moest eens een lading lossen bij een broodfabriek in Utrecht. De chef die er werkte stond verderop in de bakkerij, ik zei goedemiddag en begon mijn 32 zakken naar de zolder te sjouwen.

Toen ik klaar was liep ik naar hem toe om de vrachtbrief te laten tekenen. Hij keek me een beetje apart aan en zei: “We gaan even kijken of je het wel goed gedaan hebt.” Boven gekomen zei hij: “Daar wil ik die zakken helemaal niet hebben.” Hij wilde ze vijf meter verderop hebben, terwijl ik ze de vorige keer ook op diezelfde plek had neergelegd. Ik zei: dat kun je vergeten, waarop hij antwoordde: “Dan teken ik je vrachtbrief niet.” Nou dat doe je dan maar niet maar ik leg ze niet om, dan had u bij de eerste zak even mee moeten gaan, fijne dag nog en tot kijk. Dus ik kwam thuis en mijn vader was boos, ik moest terug naar Utrecht om die zakken te gaan verplaatsen. Maar dat deed Jan niet, niet voor geld en niet voor de dood. Ik liet me niet koeioneren door die koeliedrijver. De vertegenwoordiger van die meelfabriek is ze toen zelf om gaan sjouwen werd mij verteld, nou dat was prima opgelost maar ik deed het niet.

Ik kreeg de opdracht me voortaan te melden bij die chef vóór ik de zakken naar boven bracht. Dus ik vroeg de volgende keer waar hij ze wilde hebben. Op de zolder. Nou was hij zo stom om achter me de trap op te lopen en halverwege de trap gleed ik uit en liet ik die zak meel vallen. Hij ging zo tegen de vlakte, met zak en al. Dat was even rechtgezet. O sorry, zei ik, maar ik zag hem denken: dat heb je expres gedaan. Nou ja, dat weet ik niet, maar ik gleed normaal nooit uit en bij hem toevallig wel. We hebben daar nooit meer problemen mee gehad. Toen de brief binnenkwam dat ik gekeurd moest worden voor militaire dienst was mijn vader niet blij. Ik zelf daarentegen vond het goed, ik werd lichamelijk een beetje moe.