Naar de inhoud
Inhoud

Doorzoek alle 55 hoofdstukken, het voorwoord en het slotwoord.

Hoofdstuk 6 · 1945–1957

Ome Teus had altijd mazzel

2 min lezen · blz. 16–17 in het boek

Restaurant het Bonte paard in Laren
Restaurant het Bonte paard in Laren

Restaurant het Bonte paard in Laren

Dat de ondernemersgeest in onze genen zit, bewijst het leven van ome Teus, de geinigste broer van mijn vader. Hij had een paard en kar waarmee hij kaas verkocht, tijdens en na de oorlog. Op zeker moment had hij weer eens onenigheid met zijn vrouw, spande zijn paard voor zijn kaasbrik en vertrok om te gaan venten. Enige dagen later kwam zijn vrouw bij mijn vader om hulp vragen. “Teus is al drie dagen zoek en ik zit in de kou met vier kleine kinderen, de kolen zijn op. Willen jullie hem niet gaan zoeken?” Dus mijn vader en zijn broer Kees gingen samen zoeken. Het was kermis in Laren en ja hoor, daar zat Teus in café Het Bonte Paard. “Ik moest er even uit”, zei Teus. “Vind je het geen tijd om terug naar huis te gaan? Je kunt je vrouw toch niet zo laten zitten”, zei mijn vader. “Pak je paard en wagen dan gaan we.”

Maar dat ging even niet, want hij had de hele handel verkocht en opgemaakt. “Ik ben effe doorgezakt broeders, kar weg, kaas weg en van het paard heb ik alleen de staart nog in mijn zak, de rest is op.” En toen sloeg hij zoals zo vaak met de knokkels van zijn hand op tafel. “Maar ik heb naar waarde genoten”, sprak hij plechtig met een grijns op zijn gezicht. Teus durfde best veel risico te nemen: alles te verkopen en opnieuw te beginnen. Na de kaas ging hij handelen in autobanden en auto’s. Toen heb ik hem echt leren kennen. De manier waarop hij mazzel had, dat was buitensporig.

Ik herinner me een geintje met Joke Oudse, een handelaar in hele of gedeeltelijke auto’s op de markt in Utrecht. Hij had een : een achteras van een GMC-vrachtwagen. Hij zat tegen ome Teus te mopperen in het café aan de veemarkt: “Ik heb dat GMC-cardan al voor de vijfde week van de opslag naar de markt laten slepen en het is niet te verkopen.” “Wat wil jij netjes voor dat cardan hebben?”, vroeg Teus. “Ik vraag aan jou 1500 gulden.” Teus zei: “Ik geef je er 500, meer heb je er zelf ook niet voor betaald.” Joke wilde er wel vanaf en voor 750 werd Teus de nieuwe eigenaar. Er ging nog geen kwartier voorbij, of er kwam een nette meneer aan de tafel die zei: “Ik ben hierheen gestuurd omdat hier de eigenaar van dat GMC-cardan moet zitten.” “Dat ben ik”, zei Teus. “Is dat cardan goed?”, vroeg de klant. “Uitstekend, vraag maar aan die meneer daar die heeft de inkoop gedaan”, en Teus wees naar Joke. “Hoeveel centjes moet dat ding kosten?” Teus zei: “Dat cardan gaat u 2200 gulden kosten.” “O”, zei de klant, “dat is niet weinig, maar het moet toch maar doorgaan, want de mijne is stuk en ik loop al drie weken te zoeken.” Ome Teus ontving de 2200 gulden en ik zag Joke Oudse lijkbleek worden. Het bleef even stil, toen ging hij staan, en zei: “Is er soms iemand in de zaal die mij dood wil schieten?”