Naar de inhoud
Inhoud

Doorzoek alle 55 hoofdstukken, het voorwoord en het slotwoord.

Hoofdstuk 50 · 1959–1999

Afscheid van een vriend

3 min lezen · blz. 136–138 in het boek

Fred en Carla in de koets
Fred en Carla in de koets

Fred en Carla in de koets

Ik was heel blij maar het kostte veel moeite om het financieel rond te krijgen. De banken vonden dat ik veel te hard van stapel liep. Eerst een tv-studio bouwen met alle risico’s van dien, in hetzelfde jaar een stuwadoorsbedrijf overnemen en nu weer een boerderij met 10 hectare grond waar alles aan vernieuwd moest worden, dat zag men niet zitten. Ik was er zelf wel uit, ik wilde er gewoon vijf jaar of langer over doen met veel zelfwerkzaamheid en steun van de mensen van de studio die dikwijls uren over hadden die daar ingevuld konden worden. Fiscaal is dat niet helemaal recht, maar wie benauwd leeft gaat benauwd dood zei mijn vader altijd. Met een paar extra levensverzekeringen kreeg ik de bank toch zover dat ze een bouwfinanciering afgaven die later in een hypotheek omgezet zou worden. Toen begon de slag met de gemeente.

Ik wilde het voorhuis eraf slopen en het 50 meter ernaast nieuw bouwen. Dat heeft heel veel moeite gekost maar uiteindelijk gaf de provincie ook toestemming. Van 1989 tot 1996 hebben we eerst het woonhuis verbouwd (klaar in 1993), toen het koetshuis voor Jan Robert en als laatste het huisje in de boomgaard. Het zwembad werd volledig afgebouwd na vijf jaar als opslag te hebben gefunctioneerd. Extra geld kreeg ik vrij door mijn huis in Tirol, Haus Edenblick in St. Jakob, te verkopen.

In 1991 kocht ik ook een nieuwe Zetor-tractor, paardentrailer en een knikschoffel met zoveel hulpstukken dat ik nooit meer zwaar hoefde te tillen. Ook kocht ik een meststrooier en het eerste wat ik ermee gedaan heb is op de vrijgezellenavond van Monique met het versierde geheel volgeladen met een aantal vriendinnen een proeftrouwpartij op de trap van het gemeentehuis uitvoeren. Alles werd door mijn beste vriend Fred Beerbaum op video vastgelegd, zoals hij ook bij de opening van de studio had gedaan. Fred is helaas vier jaar later aan leukemie overleden. Dat ging op een heel bijzondere manier. Fred wilde niets van het geloof weten en toen ik er op zijn sterfbed over begon, zei hij: “Jan, er is niets na dit leven.” Mijn anders denken wuifde hij weg. Maar toen hij stervende was had hij heel veel pijn en hoewel hij niet geloofde, was er toch een dominee die lid was van dezelfde Rotary als hij. Die ging op een bepaald moment de deur uit met de woorden: “Dit kan nog wel enige uren duren.” Nadat ik op de bank in de kamer ernaast had zitten luisteren hoe slecht hij het had, ging ik nog een keer naar hem toe, nam zijn handen in de mijne en zei: Fred, je wist altijd goed de weg in je leven (we hadden samen veel puzzelritten gereden), maar nu kan je de laatste weg niet vinden. Bid met me mee en zeg tegen die God van Jan Dorrestijn: Heere God, hier ben ik, ik heb ervan gemaakt wat ik kon, maar nu weet ik het niet, wijs mij de weg. En ik bad zelf: God, laat die man niet langer martelen van de pijn, maar neem hem weg. Ineens stopte zijn gekerm en met zijn handen in de mijne blies hij zijn laatste adem uit. Ik zei: Carla, het is gebeurd, schoot vol en liep naar buiten. Nooit zal ik weten of het toeval of toch een overgave is geweest, maar ik denk er met emotionele gevoelens aan terug.