Naar de inhoud
Inhoud

Doorzoek alle 55 hoofdstukken, het voorwoord en het slotwoord.

Hoofdstuk 49 · 1959–1999

Hobbyboer

4 min lezen · blz. 133–135 in het boek

Friese paarden op de Wildenburg
Friese paarden op de Wildenburg

Friese paarden op de Wildenburg

Toen ik de studio vervolgens voor vijf jaar aan het NOB verhuurde, had ik er zelf geen omkijken meer naar. Daardoor ontstond tijd om een lang gekoesterde wens in te vullen, namelijk een kleine boerderij of iets dergelijks. Daar kon ik mijn Friese stermerrie Josefien goed een veulen laten krijgen, want dat gebeurde nu in mijn garage aan de Verbindingsweg, waar ik nog steeds woonde op de plek waar ons bedrijf gestaan had. Auto eruit, een paar handgrepen met een hek en het paard erin. Er zijn daar heel wat veulens geboren, maar ik wilde moeder en veulen om het huis zien lopen en ging dus op zoek naar een andere plek om te wonen. Ik had ook nog meer paarden en koeien, in een stalletje tussen de A1 en de Drakenburgerweg. Joop Koenen zorgde voor ze. De zoektocht was niet eenvoudig, het één was te duur en het ander te groot. Jenny wilde ook niet overal zitten. Ik had bijvoorbeeld wel aan de Wakkerendijk in Eemnes iets willen kopen, of op het Zuidereind, maar daar wilde zij niet wonen. Rondom Baarn zocht ik nog plekken in Oud Valkeveen, Spanderswoud enzovoort, allemaal mooie plekken maar ik vond er niet wat ik zocht. Tot op een dag Joop Koenen zei: “Baas Dorrestijn, dat spul van Willem van Oosterom komt te koop. Hij is een paar weken terug overleden en de erven gaan het verkopen.” Ik ging kijken wat hij bedoelde en herinnerde me dat toen ik tien/twaalf jaar was en we over de Zandheuvelweg reden (toen nog een zandweg) mijn vader meerdere malen gezegd had: “Daar woon je echt vrij jongen, op zo’n plek zou ik graag oud willen worden.” Zelf was ik al enige tijd met de boerderij van Jan Steenkamer bezig. Die lag een paar duizend meter korter bij de bewoonde wereld, maar die man zei steeds: “Volgend jaar denk ik dat ik het wel wil verkopen.” Dat duurde al een paar jaar zo en hij was er steeds op uit wat ik wilde betalen voor de boerderij, maar ik wilde eerst weten wat hij zou vragen en dat deed hij weer niet. Dus dat schoot niet echt op. Samen met Jenny ben ik op de fiets gaan kijken naar de boerderij van wijlen Willem van Oosterom op de Wildenburglaan. De naam van de laan sprak me aan en dat het nog tot Baarns grondgebied behoorde ook. We stonden op de weg een poosje naar het geheel te kijken en ik merkte dat ik het graag wilde hebben. Jenny was iets gematigder want het lag wel erg afgelegen, zonder straatverlichting en vlak erachter een beetje luguber parkeerplaatsje waar van alles gebeurde dat in het donker moest blijven. Intussen zagen we dat er twee vrouwen aan de zijkant van de boerderij op een paar terrasstoelen iets zaten te drinken. Ik trok de stoute schoenen aan en stapte op de dames af. Na ze goedemiddag gewenst te hebben vroeg ik of de boerderij ook te koop was. Nou, dat viel niet echt goed. De mevrouw die naar later bleek eerst Willems huishoudster en later zijn vrouw was geworden, sprak me op snibbige toon toe. Waar ik de moed vandaan haalde om zo’n vraag te stellen pas drie weken na het overlijden van haar man. Een beetje bedremmeld antwoordde ik dat ik ook wel eens te netjes en daardoor te laat was geweest. “Nou je leest het wel inde courant want het wordt per inschrijving verkocht.” Met de staart tussen de benen liep ik van de dam af richting Jenny, die op de weg had staan wachten. Dat ziet er niet zo best uit, zei ik, want er komt veel te veel ruchtbaarheid aan zo’n mooie plek en alles is verrot of het staat op instorten en dat past mij best.

De Verbindingsweg verkopen en hier alles nieuw bouwen, het zal wel een paar jaar duren maar ik zie het wel zitten. En ik ga er alles aan doen om hier met twee gezinnen te wonen en mocht je je dan nog ongelukkig voelen kan ik altijd nog een bord in de tuin zetten, want dan is het zo verkocht, dat kan ik je wel verzekeren. Maar eerst moet ik het nog in handen zien te krijgen want er zullen zeker meer liefhebbers zijn. Ik kwam erachter dat er een executeur-testamentair was aan gesteld, ene Goof de Wit. Met een zekere spanning in mijn lijf belde ik hem op en vroeg hem op de man af of de boerderij te koop kwam. Dat bevestigde hij en ik zei: dan is de boerderij nu verkocht. “Hoe bedoelt u”, zei hij. Nou gewoon, zoals ik zeg, hang er een eerlijke prijs aan dan is de boerderij nu verkocht. Hij zou het met de erven doornemen en dan hoorde ik nog wel. Een week later lag er via een makelaar een prijs op tafel en we werden het eens. Ik hoor de makelaar nog zeggen tegen Goof de Wit: “Ik denk dat dit de juiste man is voor deze boerderij.” Met tranen in zijn ogen gaf Goof me een hand en de koop was gedaan. Goof had zelf vanaf zijn jeugd bij ome Willem op de boerderij geholpen, maar was niet bij machte het te kopen, vandaar de emotie.