Hoofdstuk 43 · 1959–1999
Weer 4 hectare
3 min lezen · blz. 115–117 in het boek
Enige dagen later besloot ik toch meneer Van Leeuwen Boomkamp weer eens op te bellen. Ik kreeg mevrouw aan de telefoon en vroeg of de grond al verkocht was. Ze hield even ruggespraak met haar man en vertelde dat de gemeente Baarn hun benaderd had, maar daar wilde haar man geen zaken mee doen want hij had een heel slechte ervaring met de gemeente Nijkerk achter de rug. Als ik er nog belangstelling voor had moest ik me maar in verbinding stellen met mr. Ozinga. Kan ik de zaak ook met uw man afhandelen, vroeg ik, want ik kan het niet zo goed vinden met mr. Ozinga. Weer even ruggespraak en ja, dat mocht wel, mr. Ozinga was toch met vakantie. We maakten voor de volgende dag een afspraak die de weg naar succes zou openen.
Ik vergeet nooit de ontvangst op het landgoed. Meneer kwam naar buiten uit de boerderij, traditioneel gekleed in jachtkleding met rijlaarzen, een grijze snor en klein baardje. Ik had een bloemetje voor mevrouw gekocht en dat wilde ik eerst even geven. Daarna wilde meneer in het prieeltje zitten, waar we over een keurig gemaaid gazon naartoe wandelden. We zaten nog maar koud toen er een dienstmeisje getooid in een zwart met witte schort en muts en een theewagen over het gazon kwam aanrijden. Ik waande me honderd jaar terug in de tijd. Alleen het er zijn en dit te beleven vond ik al heel bijzonder. Na even in de thee geroerd te hebben kwam het gesprek op gang. “Zo kerel, dus jij hebt nog steeds belangstelling voor dat puntje.” Ja dat heb ik nog steeds, ik tob nog steeds met ruimtegebrek waar ik nu zit en ik heb er ook geen toekomst dus zal ik toch een keer de stap moeten maken naar een andere plek. “Ja”, vertelde hij, “de gemeente Baarn heeft ook al contact gezocht maar ik heb het niet zo op die gemeentes.
Ze hebben mij ook goed belazerd met een fietspad over mijn grond en daar ben ik nog steeds boos over.” Dan zullen wij maar eens proberen de zaak te regelen, begon ik voorzichtig maar toch wel direct. Wat gaat u mij per vierkante meter vragen meneer? “Nou kerel, dat kan jij van me kopen voor 3,50 gulden per vierkante meter, maar dan moet je zelf de afkopen.” Ik had moeite om op mijn stoel te blijven zitten en mijn gezicht in de plooi te houden, mr. Ozinga had immers 16 gulden per vierkante meter gevraagd. Nou daar kan ik wat mee, zei ik, maar zou ik daar een maand optie op kunnen krijgen? Ja hoor, dat schreef de baron zo even uit. We spraken nog wat, over dat ik koeien had gekocht op de grond die ik al in mijn bezit had. Zijn zoon had ook koeien gehad maar dat was geen vetpot en daar hadden ze deze zomer afscheid van genomen.
Toen het tijd werd om te gaan liepen we even naar binnen en schreef hij op een kaartje van vijf bij tien centimeter: “Hiermede verleen ik aan J.H. Dorrestijn een maand optie op het perceel …. voor de prijs van 3,50 gulden per m2” en zette zijn handtekening. Ik nam afscheid, reed rechtstreeks naar een notaris en vroeg: is dit kaartje rechtsgeldig? “Als jij het wil ben je eigenaar”, was het antwoord. En daar was ik heel blij mee.