Hoofdstuk 37 · 1959–1999
Een forse schuld
3 min lezen · blz. 97–99 in het boek
Het volgende weekend overleed mijn vader. Ik was met de Hillman, die de bijnaam Frits had gekregen, met Jenny naar Haarlem geweest toen we het hoorden. Ik stalde mijn auto in de loods bij mijn vader aan de Verbindingsweg. Hij werd begraven en ik ging weer verder in Amsterdam. Twee weken na de begrafenis belde mijn moeder met mr. Beynis of ik niet naar huis wilde komen om de zaak te regelen en voortzetten. In eerste instantie dacht ik, moet mr. Beynis daar een beslissing over nemen? Maar achteraf werd me duidelijk dat hij met 26.000 gulden een van de grootste schuldeisers was. Wij als familie waren achtergebleven met een boedelschuld van 480.000 gulden, daar stond een bezit van 400.000 tegenover dus erg best stonden we er niet voor. Dat hoefden we als familie niet te accepteren, je kon ook de boel de boel laten en de zaak failliet laten verklaren. Ik besloot de boel onder boedelbeschrijving over te nemen ondanks de waarschuwing van onze boekhouder, die zei: “Jongetje, ik bewonder je moed maar als je het niet redt krijg je wel een kruisje achter je naam.” Dat kon me niet schelen, ik vond het aan mijn vader en ons zelf verplicht om de zaak weer vlot te trekken. Eén ding stond voor mij vast: wij gaan niet failliet. Ik zei, al moeten we één of twee jaar alleen voor het eten werken, maar we komen er weer bovenop. Zelf was ik 23 jaar, Henk 21, Teus 18, Gijs 16 en James 13. Ondanks de jeugdige leeftijd was ik toch blij met mijn broers, ik had altijd al een beetje een vaderfunctie gehad. Zo moest ik vroeger altijd hun haar kammen en de oudste moest in ons gezin altijd het voorbeeld geven. We zochten naar een constructie om verder te gaan. Ik zei: ik ga eerst alleen de schuld aflossen en mede met jullie steun hoop ik jullie later goed te kunnen belonen. Maar ik wil alleen de baas zijn en de verantwoordelijkheid dragen. De volgende stappen werden ondernomen. Mijn doelstelling was eerst van de grote financier af te komen, ene Van Nieveld Goudriaan uit Zeist. Naast het autopark was daar ook nog een boerderij gefinancierd. Pa was daar in hotel Astoria op een veiling voor 64.000 gulden aan blijven hangen. Ik was erbij, hij hoopte dat er bij afslag iemand ‘mijn’ zou roepen. Dan had hij recht gehad op de ‘pluk’, dat is het verschil boven de 64.000. Maar er riep niemand ‘mijn’ en pa had er weer een probleem bij. Wij als jongens hebben de boerderij keurig schoongemaakt, maar ondanks dat was hij niet te verkopen. Het hoogste bod was 46.000 en daar werd hij ook in de boedelscheiding voor getaxeerd.
Henk wilde met zijn toekomstige vrouw Wiete alleen starten en kocht uit de boedel een jonge trekker met twee opleggers. De opbrengst ging regelrecht naar Zeist want ik wilde van die schuld af. Rente over rente, daar had ik een gruwelijke hekel aan. Ik belde ook alle schuldeisers, of ik ging er langs, en vertelde dat ik de zaak zou voortzetten. Daarbij vroeg ik voor een jaar of korter een renteloos krediet op het openstaande geld, anders was het voor mij geen haalbare zaak. Met uitzondering van Avia kreeg ik dat van iedereen. Toen ik kon uitbetalen, begon ik met de kleintjes, want die maken de meeste herrie had een vriend van mijn vader me verteld. Doordat mijn vader een eigen monteur had (Rex) dorst ik het aan om met het resterende oude materiaal, vier Mercedes bakwagens en een aanhangwagen, verder te gaan. Ik wilde sowieso geen nieuwe kopen en toen het later echt nodig was zocht ik een jong voertuig dat schade had of aan revisie toe was en knapte die dan samen met Rex op. De jongste Mercedes 312 bakwagen liet ik inkorten om die als trekker in te zetten voor het vervoer van hout uit de Amsterdamse haven. We kochten een afgeschreven trailer bij Broshuis in Muiden voor 1500 gulden, maar daar zat wel voor 3000 gulden opknapwerk aan. Tijd en geld had ik niet en op het laatst zag ik ook nog dat er geen reservewiel onder de trailer zat. Omdat ik de prijs al van 2200 naar 1500 had gepingeld dorst ik het bijna niet te zeggen, maar ik deed het toch. Broshuis zei: “Die krijg je van mij.” Met dat gebaar maakte hij me zo gelukkig dat ik later wel vijftien nieuwe trailers bij hem heb laten bouwen.