Naar de inhoud
Inhoud

Doorzoek alle 55 hoofdstukken, het voorwoord en het slotwoord.

Hoofdstuk 36 · 1959–1999

Zelf werk zoeken

2 min lezen · blz. 95–96 in het boek

Vader en zoon voor het wagenpark in 1962
Vader en zoon voor het wagenpark in 1962

Vader en zoon voor het wagenpark in 1962

Met de verdiensten van de zaak bleef het slecht gaan. Ik ben nog een paar keer met mijn vader naar Amsterdam geweest als er weer een bevrachter niet betaalde of over de kop ging. Ik probeerde dan in plaats van het geld, dat de opdrachtgever meestal aan de bevrachter had betaald, te bewerkstelligen om de opdrachten direct van de klant te krijgen. Ik had toen al een lijfspreuk: als je met Onze Lieve Heer zaken kan doen, heb je bij de pastoor niets te zoeken. Toch was ik te jong en onervaren om op dat niveau goed zaken te doen, dat leerde ik pas later. Op een dag kwam mijn vader naar me toe en zei: “Ik ga de melkrit Baarn verkopen, dat is een jonge tractor twee aanhangwagens met dagelijks vast werk, wil jij die niet kopen?” Ik antwoordde: nee Pa dat wil ik niet. Ik zag hem een beetje verbaasd kijken toen hij zei: “Wat dacht jij dan te gaan doen als ik het verkoop?”

Dat weet ik nog niet maar wat ik wel weet dat ik geen zeven dagen in de week ga melk rijden. “Nou dan heb ik geen werk meer voor je en ga je maar wat anders zoeken.” Dat waren hele korte klappen om het zo maar eens uit te drukken, maar het gebeurde wel. De rit Baarn werd verkocht aan ene Fokker uit Bussum en ik ging een baas zoeken. Jaren later hoorde ik van mijn broer Henk dat hij daar heel veel verdriet van heeft gehad, hij vond dat ik hem een beetje alleen liet staan. Zelf heb ik dat nooit zo ervaren. Ik wilde altijd eerst voor mezelf aan de gang en als dat goed ging, wilde ik wel delen. De dieselolie werd destijds geleverd door Avia uit Amsterdam, die kostte toen 13 cent per liter. Nu is dat ruim 1 euro, dat was ongeveer 2,50 gulden. Avia werd geleid door mr. Beynis, in mijn ogen een echte heer. Deze man hoorde dat ik werk zocht en wilde me spreken. Hij vertelde dat hij op de Panamakade in Amsterdam een olie-en kolenzaak had en ik kon bij hem komen werken. Dat wilde ik wel, onder voorbehoud dat ik niet onder de kolenzak ging lopen.

Ik had genoeg meel op mijn rug gehad en die kolen leken mij nog erger. Toch werden we het eens en ik begon als pas getrouwde man in Amsterdam met een 6000 liter tankwagen olie uit te venten in Amsterdam. Ik werkte er een paar maanden toen ik op kantoor werd geroepen. Daar zaten mr. Beynis en de boekhouder en er werd me uit de doeken gedaan dat er in de buurt van Baarn, bij de Soesterduinen, een nieuw Avia-pompstation werd geopend. Of ik er wat voor voelde om die zaak te gaan runnen. Zelf had ik nooit die kant op gedacht maar wel intussen mijn vakdiploma beroepsgoederenvervoer nationaal en internationaal gehaald. Toch was ik blij verrast met het aanbod en nam het in overweging. Over het geld zouden we het wel eens worden, zeiden ze.