Hoofdstuk 33 · 1959–1999
Te groot voor de Oosterhei
2 min lezen · blz. 89–90 in het boek
Na mijn diensttijd thuisgekomen op de Sparrenlaan ging ik weer als chauffeur aan het werk bij mijn vader. Het viel me op dat het niet zo goed ging met de zaak en ook de gezondheid van mijn vader ging achteruit. Hij hoestte en rochelde zoveel dat de papegaai hem begon na te doen. De grootste reden dat het niet goed ging was het gebrek aan redelijk betaald werk, dat niet voor het oprapen lag. Door het wegvallen van een grote opdrachtgever uit Soest, waar vier combinaties dagelijks voor reden, was er een groot gat aan opdrachten ontstaan.
Ondanks alle narigheid was ik eigenaar geworden van mijn eerste auto: een Hillman Minks, knalgeel met een zwarte te openen linnenkap. Een plaatje van een auto.
De aanschaf ging niet zonder slag of stoot, althans niet met mijn vader. Ik had 1400 gulden gespaard en we gingen met nog iemand naar de markt in Apeldoorn. Ik had steeds verkondigd een Volkswagen cabrio te zoeken en op de markt stonden er twee. Een mooie van 1250 gulden en een goedkopere, maar die was me te min. Ik ben een paar keer in die Volkswagen gaan zitten maar vond de kap achter me veel te hoog.
Ik zei tegen mijn vader dat ik nog even verder ging kijken en ik vond de Hillman Minks. Na proef gereden te hebben was volgens mij het enige wat het niet goed deed de remmen. Nou was ik dat wel gewend, als je thuis over je remmen mopperde kreeg je als antwoord: dan klop je maar tegen de voorruit, dan gaan ze wel aan de kant. Afijn, in plaats van de 1600 gulden die de verkoper vroeg werd ik voor 1400 eigenaar.
Ik ging terug naar mijn vader die mijn centjes in zijn binnenzak bewaarde. Pa mag ik even mijn centjes, want ik koop die Volkswagen niet ik koop wat anders. Hij keek een beetje beduusd en zei: “Dat kan niet want ik heb die Volkswagen voor je gekocht.” Nou dat is heel vervelend voor u, zei ik, maar het zijn mijn centen en ik koop wat ik wil. Dat deed ik helemaal verkeerd volgens mijn vader en zijn kennis. De paardenhandelaar waar ik hem van kocht werd zwart gemaakt, de Hillman zou het Hoogt van Apeldoorn niet halen en ze zouden zwaaiend langs me heen rijden als ik langs de weg stond. Maar ik deed het toch en mijn vader heeft die koopman 250 gulden rouwkoop moeten geven en vond mij een eigenwijze zak. Toch heb ik er nooit spijt van gehad, ik heb hele mooie herinneringen aan mijn Hillman overgehouden.