Naar de inhoud
Inhoud

Doorzoek alle 55 hoofdstukken, het voorwoord en het slotwoord.

Hoofdstuk 23 · 1957–1959

Een eigen wagen

2 min lezen · blz. 60–61 in het boek

Daf 6 x 6 uitproberen in het zand
Daf 6 x 6 uitproberen in het zand

Daf 6 x 6 uitproberen in het zand

De dagen op een kazerne zijn doelloos en saai, helemaal als je bent opgevoed in een hard werkend groot gezin waar je na schooltijd als taak had de schoenen van de hele familie te poetsen, alvorens je mocht gaan spelen. En waar je voor de afwisseling om de dag een halve emmer aardappels moest schillen voor vader, moeder en acht kinderen. Ja dat heeft menig traantje gekost als kind zijnde, en mopperen en foeteren als moeder zijnde, want de schoenen glommen nooit in één keer goed genoeg en de geschilde aardappels waren altijd te weinig. Ik was soms te eigenwijs en te lui om bij te schillen en roerde dan vijf minuten met mijn hand door de emmer en ging weer naar moeder toe met een uitgestreken gezicht: is het nu wel genoeg? “Nee jongen, je hebt er volgens mij niets bij geschild.” Kortom, wij hebben thuis allemaal al heel jong leren werken. Toen ik zestien was heb ik me voor mijn vrienden wel eens geschaamd: altijd maar werken, werken, en nog eens werken en ik vond het erg dat ik niet eens de tijd kreeg om lid te worden van een voetbalclub. Je zat altijd met dat verrekte melk rijden dat 365 dagen per jaar moest gebeuren. Tussendoor was er dan groente van kwekers naar de veiling brengen of bakkersmeel rondbrengen, zakken van vijftig kilo die meestal naar een zolder moesten. De dienst kwam voor mij dan ook als een welkome verademing om eens achttien maanden lekker uit te rusten en te luieren. Maar deze periode was toch wel een beetje te rustig en ik had veel tijd om een kamergenoot te helpen die wel een wagen had, bij het onderhoud daarvan. Zijn voertuig stond er meestal piekfijn bij. Maar tot mijn grote vreugde kreeg ik na twee weken zelf een auto toegewezen, de VZ 46, een drie-assige dikke DAF drietonner.

Met een vervelende niet gesynchroniseerde versnellingsbak. Alle drie de assen waren aangedreven en in het terrein zou hij heel wat mans zijn, dacht ik. Er was een onderhoudsboek bij dat eerst afgewerkt moest worden aangezien de wagen een maandje had stilgestaan in Millingen, de opslagplaats voor militair materiaal. Het gerucht deed de ronde dat we over niet al te lange tijd op oefening naar Hone in Duitsland zouden gaan en dan moest alles perfect in orde zijn. Ik was blij met het werk en kreeg weer een beetje nuttig gevoel, werkte hard met de verfkwast, blenco en de vetspuit, aan het eind van de week kreeg ik de complimenten van de transportofficier.