Naar de inhoud
Inhoud

Doorzoek alle 55 hoofdstukken, het voorwoord en het slotwoord.

Hoofdstuk 15 · 1957–1959

De Willem III kazerne

4 min lezen · blz. 39–41 in het boek

Prins Willem III kazerne in Amersfoort
Prins Willem III kazerne in Amersfoort

Prins Willem III kazerne in Amersfoort

De eerste keer dat een mens door gewekt wordt is wel even wennen, een wekker of een stem die je roept is heel iets anders dan een trompettist die erop uit is om je als nieuwe rekruut de stuipen op het lijf te blazen. Want zo was het ongeveer wel, iedereen kwam met enigszins verwilderde ogen uit bed. Vooral voor hen die nooit in een stapelbed geslapen hadden was het vreemd opstaan. Het schelden en kankeren was ook niet van de lucht, met als aanvoerder de blonde Hagenaar. Vuile gore kanker tyfusbende, was een kreet die we de komende weken nog veel zouden horen. Zelf was ik gewend me snel aan te kleden en om zes uur opstaan stelde al helemaal niets voor. Half gekleed met een handdoek om de nek ging ik op zoek naar het waslokaal, dat bleek een paar kamers verder te zijn, tandjes poetsen de kop lekker fris en gekamd voelde ik me weer een stuk lekkerder. Op de kamer begon ik volgens het handboek mijn te maken, van nature ben ik netjes en ik had er eigenlijk wel schik in om het bed zo op te maken. Na enige tijd kwam er weer een binnen en er werd zowaar weer stilte geroepen. Dit keer kwam hij ons vertellen dat we exact over een kwartier buiten onderaan de trap werden verwacht om naar de eetzaal te gaan. Voor hij vertrok trok hij nog enkele wolletjes uit elkaar die z’n goedkeuring niet kregen en met de woorden “oké tot over een kwartier” vertrok hij van de kamer. De meesten waren op de afgesproken tijd onderaan de trap. Slechts een paar waren te laat, dat vond de wachtmeester niet goed met als resultaat dat de hele veertig man weer naar boven werd gejaagd: “Binnen twee minuten hier beneden precies zo opgesteld als je net is geleerd, en mocht dat niet binnen twee minuten gaan, dan gaan we net zo lang door tot het wel gaat, en het gaat alleen maar van je etenstijd af, geef acht en ingerukt mars.” Op de kamer werden we opgewacht door een korporaal die ons gebood voor onze bedden te gaan staan. Dit om te controleren of er niemand onderweg bleef hangen. Nadat ieder voor zijn bed stond vertelde hij doodleuk dat we na het woord NU een halve minuut hadden om ons beneden op te stellen. Deze keer lukte het wel en konden we naar de eetzaal afmarcheren. Alles had zo zijn systeem in dienst, zo ook dat opstellen in rotten van vier, vooraan de kleinen en achteraan de grotere jongens.

Overal zat een logica achter, dacht ik terwijl we een binnenplaats op marcheerden waar nog een kleine honderd man stond opgesteld. Vooraan de groep zwaaide een dubbele deur open en de voorste manschappen schuifelden de gang in richting eetzaal. Tussen smalle hekjes door werd je langs de keukenbalie gevoerd waarop een groot bord stond: Bij Halen Mag; Weg Gooien Niet.

Dus alles wat je meeneemt ben je verplicht op te vreten, mompelde de man achter mij. Ik dacht: eigenlijk ook wel normaal hè, je blijft toch nergens met zo’n paar honderd man. Later zou ik de trucs wel zien of uitvinden. De eerste was als je een snee brood over had die je echt niet meer lust: met boter of iets pakkendst besmeren en onder de tafel plakken. Wel was het verstandig niet meer op dezelfde plaats te gaan zitten, want er werd zeker naar de plakker gezocht. Zo werd er ook een keer naar ons gezocht. Met ons bedoel ik mezelf en een jongen waar ik me toe aangetrokken voelde. Of dat nou kwam door de brutale blik van ‘mij verneuk je niet’, of omdat hij ook uit een groot, ja wel erg groot gezin kwam, zeventien kinderen vertelde hij. Heeft je moeder wel eens tijd om zich aan te kleden, vroeg ik. “Ik heb haar zelf nog nooit naakt zien lopen”, was z’n antwoord. Hij luisterde naar de naam Jan Elbertsen en was net als ik verkeerd ingedeeld. Wij waren ingedeeld bij het nieuw te vormen muziekkorps van de Huzaren van Boreel.

Iedereen op de kamer was ook muzikant met minimaal conservatorium, alleen Jan D. en Jan E. konden geen noot lezen en aangezien dat de eerste zes weken niet aan de orde was (een rekrutenopleiding is voor allemaal hetzelfde) bleven wij ingedeeld bij de nieuwe muziek. Er was ook een groep oude muziek op de kazerne, dat was een heel verschil met ons. Wij van de nieuwe moesten met hoog gesloten boord, truttig gekleed en zonder baret de zes weken doorbrengen, terwijl de oude muziek er heerlijk vlot met stropje of open kraag bij liep.